Automotive: een data-paradijs

(Blog) Vroeger wisten we weinig over die auto. We hadden een dashboard met een paar klokjes en metertjes en lampjes. En we hadden onze zintuigen. We hoorden het motorgeluid,  we voelden het stuur- en bochtengedrag, we keken vooruit en met een scheef oog in de spiegel achteruit. We roken het leren interieur en de olie, elk afwijkend luchtje duidde op onheil. Autorijden was een avontuur, en nog gevaarlijk ook. Dat is veranderd, en er gaat nog veel meer veranderen.

Data overload
Data wordt wel het nieuwe goud genoemd. Of, in de sfeer van de auto: Data is the oil of the 21st. century. Voor de consument en vooral voor de garage is een zee aan informatie beschikbaar over de auto en alle specificaties, over alle onderdelen en componenten, over de technische staat van een auto. We kennen de complete historie van de auto. De computer stelt een diagnose, geeft aan wat er moet gebeuren, hoe je test en kalibreert, en doet nog even een snelle update van de software. De computer voorspelt de staat en betrouwbaarheid van de auto en kan reparaties en (preventief) onderhoud vastleggen en agenderen. We kennen de aanschafprijs, de onderhoudskosten, de complete TCO, de verwachte waarde bij  verkoop etc.

Het gebruik van de auto (en dus indirect het gedrag van de bestuurder) kan worden getraceerd: hoeveel kilometers, snelheid, acceleratie/deceleratie. De rijomstandigheden zijn traceerbaar : temperatuur, neerslag, verkeersintensiteit. We kennen per merk/model de mate waarin een auto beschadigd kan raken bij ongeval (damageability)  en de mate waarin die schade vervolgens (snel, efficiënt) kan worden hersteld (repairability).

We weten bij een ongeval exact de omstandigheden (weg, weer etc.) en de context van het ongeval (betrokken partijen/voertuigen, snelheden, rijrichting, aangrijpingspunt, stootrichting, vertraging). En dan is het een kleine stap of die auto meldt uit zichzelf bijna real time  volledig automatisch de schade (een uitgebreide E-call:  instant notification). Nog even en je auto geeft via de HMI (human machine interface; zeg maar een fijn laptopformaat scherm) aan wanneer jij statistisch gezien een ongeval krijgt, een prettige en waarschijnlijk juiste voorspelling dus.

Waar komt al die data vandaan?
Dat is natuurlijk het leuke van data. De hoeveelheid data is eindeloos. En met een sterke toename van de hoeveelheid data, neemt de hoeveelheid informatie exponentieel toe, neemt de functionaliteit van data en informatie spectaculair toe. Datastromen convergeren, combineren en versnellen.

De auto zelf is uiteraard een belangrijke bron, jouw eigen auto maar ook andere auto’s. Denk aan onderhoudscijfers, verbruikscijfers, maar ook aan actuele real time informatie over verkeersintensiteit, weg/weer omstandigheden etc. Maar er zijn veel andere primaire en secundaire bronnen. Je kunt denken aan leasemaatschappijen, verzekeraars, autodealers, Rijkswaterstaat/de wegbeheerder,  overheden, de RDW, KNMI of WeerOnline, de autofabrikanten, schadebedrijven, leveranciers van entertainment/gaming. En de winnaar is: de consument zelf. Die laat overal en nergens een spoor na van data.

En waar gaat die data naartoe?
Dat is de vraag, sterk afhankelijk van de vraag over welk specifiek stukje data het gaat. En natuurlijk spelen daarbij de bekende vragen  over de veiligheid en privacy, over integriteit van data, over de waarde ervan. Dat kan betrekking hebben op “het algemeen nut”, verkeersveiligheid bijvoorbeeld, of betere benutting van onze wegen. Maar het kan ook gaan over directe commerciële waarde. Bepaalt de consument wat er met “zijn” data gebeurt en kan hij de waarde van die data verzilveren? Heeft de fabrikant zonder meer toegang tot de data uit auto’s? Moeten data worden verzameld en opgeslagen  op een neutrale locatie, een echt “warehouse” of een databank?

Met kennis over de klant krijg je betere toegang tot zijn portemonnee, tot zijn gedrag. De auto vervult een belangrijke rol in het leven : we rijden ons suf (of staan stil in onze eigen cocon), de auto is (soms) een kwestie van status en imago en fun. De tijd die je in een auto zit is voor bedrijven potentiële zendtijd; via allerlei media en via het scherm (de interface) kan je worden bestookt met informatie en commerciële boodschappen. De dataset (over jouw gedrag qua rijden, niets doen, entertainment etc.) is goud waard, vooral in combinatie met data uit andere bronnen. En natuurlijk wil de consument vooral veilig en zonder oponthoud reizen, zijn auto in goede staat houden.

Autofabrikanten en dealers willen toegang maar universele garages ook. Leasemaatschappijen, verzekeraars, The Big/Frightful Five Five (Google/Alphabet, Amazon, Microsoft, Facebook, Twitter, Apple) en vele anderen. Data vormt de basis voor het “binnenhouden” van de klant, voor het blijven verkopen van producten en diensten.  Autoverzekeraars kunnen beter voorspellen, sneller schades afwikkelen, en de klant beter servicen rondom auto en mobiliteit. Overheden en wegbeheerders willen beter in staat zijn om vervoer-stromen en verkeersdruk te reguleren, slimme mobiliteit echt te realiseren. Restaurantketens, benzinestations en laadpunten, winkelcentra etc. zijn allemaal uit op data, informatie en controle.

Van Internet of Things naar Internet of Living
Voor velen is die auto heel belangrijk, maar die is maar een klein onderdeel van ons leven. En daar zit voor veel marktpartijen juist de essentie. We zitten een uur (of twee) per dag in de auto, we zijn op alle mogelijke manieren continu verbonden met elkaar, met je huis, met je werk. Daarmee is die auto eigenlijk een soort toegangspoort tot de rest van iemands leven, een belangrijk onderdeel van het hele web waarin iemand leeft, van zijn/haar gedrag en lifestyle. Interessant dus voor partijen die jou graag inpakken, de ultieme customer lock-in.

Hans Groenhuijsen
Hans Groenhuijsen Advies
hans@hansgroenhuijsen.nl
https://www.hansgroenhuijsen.nl