Met de stroom mee: het stimuleren van elektrisch rijden

KiM publiceert onderzoek ‘Met de stroom mee: het stimuleren van elektrisch rijden’.Hierin beschrijft het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) maatregelen om elektrisch rijden te stimuleren. Het onderzoek is uitgevoerd voor de programmadirectie Duurzame Mobiliteit (DuMo). Het KiM heeft ook een brochure ‘EV-feiten: elektrische personenauto’s in Nederland’ gemaakt, gebaseerd op voornoemde publicatie, met daarin enkele feiten over elektrisch rijden.

Voor een aanzienlijk deel van de automobilisten is een elektrische auto een prima alternatief voor een auto op brandstof. Tenminste één op de vier kan de overstap maken naar elektrisch rijden als de elektrische auto een werkelijke actieradius heeft van 100 km: met een volle accu kunnen ze nog steeds dezelfde ritten maken als nu, zonder onderweg bij te laden. Dit loopt op tot 70%, bij een elektrische auto met een actieradius van 500 km. Als ze de auto een paar jaar in bezit houden, zijn ze meestal goedkoper uit dan met een conventionele auto, omdat opladen veel goedkoper is dan brandstof tanken. Daarnaast zorgen de elektrische auto’s ook nog voor minder CO2-uitstoot dan een vergelijkbare brandstofauto.

Dit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) laat zien dat er een groot potentieel is voor elektrisch rijden. Alleen voor autobezitters die heel weinig rijden of juist regelmatig honderden km per dag op de weg zitten, kan elektrisch rijden nadelen hebben. Bij gering gebruik is elektrisch rijden relatief duur en hoe langer de rit, des te groter de kans dat je onderweg moet opladen.

Zo kan tenminste een op de vier automobilisten al toe met een elektrische auto die 100 kilometer op een oplaadbeurt kan rijden. Dit zogeheten ‘vervangingspotentieel op basis van verplaatsingsgedrag’ stijgt naarmate de auto een grotere actieradius heeft: bij een auto die 500 km op een oplaadbeurt kan rijden kan het vervangingspotentieel stijgen tot 70%.

Als automobilisten bereid zijn één keer per jaar onderweg op te laden of de trein te pakken, stijgt het vervangingspotentieel met 5-10 procentpunt.

In 2019 was 14% van de nieuw verkochte auto’s elektrisch en daarmee emissieloos tijdens het rijden. Het kabinet wil dat in 2030 alle nieuwverkochte auto’s emissieloos zijn.

Uit eerder onderzoek van de ANWB bleek al dat de meeste Nederlanders welwillend staan tegenover elektrisch rijden. Een meerderheid (56%) overweegt om op termijn een elektrische auto aan te schaffen. Om de overstap naar emissieloze auto’s te stimuleren heeft de rijksoverheid volgens het KiM een faciliterende rol die deels al wordt afgedekt door lopend of aangekondigd beleid.

Zo helpt goede voorlichting over bijvoorbeeld de totale kosten, de actieradius en de duurzaamheid van elektrische auto’s. Ook meer informatie over de beschikbaarheid van laadpalen en de groei van het aantal elektrische auto’s kan mensen helpen in hun besluit om een elektrische auto te kopen. Ook de subsidieregeling die op 1 juli van start ging/gaat valt hieronder. Hiermee kunnen automobilisten €2000 tot €4000 subsidie krijgen voor de aankoop van respectievelijk een tweedehands en een nieuwe elektrische auto.

Daarnaast ziet het KiM nog ruimte voor aanvullende maatregelen, zoals voorfinanciering voor een auto of thuislaadpaal, specifiek beleid gericht op huishoudens met meer dan en auto, rolmodellen en herkenbaarheid van elektrische auto’s (bijvoorbeeld met een andere kleur nummerbord).

Aan keuzemogelijkheden bij de aanschaf van een elektrische auto hoeft het niet te liggen. Het aantal modellen elektrische auto’s wordt de komende jaren steeds ruimer, constateert het KiM. In 2019 waren er 41 modellen op de Europese markt (25 in Nederland), de verwachting is dat dit er in 2025 circa 170 zijn. Ook het aantal (semi-)publiek toegankelijke reguliere en snellaadpunten in Nederland groeit. Momenteel is er ongeveer één regulier publiek laadpunt op elke vier auto’s met een stekker (volledig elektrische en plug-inhybride voertuigen samen).