Lichte elektrische voertuigen leiden niet altijd tot minder CO2-uitstoot

In het straatbeeld zien we steeds vaker lichte elektrische voertuigen, zoals elektrische snor- en bromfietsen (e-scooters), elektrische vrachtfietsen en elektrische steps (e-steps). Ondanks dat deze voertuigen vaak een duurzaam imago hebben, dragen ze niet altijd bij aan minder CO2-uitstoot. Vooral deelvoertuigen hebben een hoge CO2-uitstoot door de korte levensduur en de emissies die samenhangen met het ophalen van voertuigen met lege accu’s en het herplaatsen van voertuigen met opgeladen accu’s. Hierdoor zijn de CO2-emissies van een deel-e-step of deel-e-scooter meer dan 2 keer zo hoog als van hetzelfde vervoermiddel in privébezit. Dit blijkt uit de studie “Op weg met LEV: De rol van lichte elektrische voertuigen in het mobiliteitssysteem” van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).

In hoeverre licht elektrische voertuigen voor personenvervoer (LEV’s) bijdragen aan minder CO2-uitstoot, hangt af van waar ze een alternatief voor zijn. Als je in plaats van de auto een LEV gebruikt, dan is de bijdrage altijd gunstig. E-bakfietsen, micro-auto’s, e-scooters en e-steps (met name in privébezit) kunnen een alternatief zijn voor de auto. Maar in welke mate LEV’s een alternatief zijn voor de auto in Nederland, is lastig te zeggen.

LEV’s worden vooral gebruikt voor het afleggen van korte afstanden van minder dan 10 km. Deze afstanden zouden zonder LEV’s vaak worden afgelegd met de fiets of met het lokale openbaar vervoer. De LEV-deelsystemen zijn ook een alternatief voor tochtjes die anders te voet zouden zijn afgelegd. Als iemand een licht elektrisch voertuig gebruikt in plaats van te fietsen of te lopen, dan leidt het tot meer CO2-uitstoot. LEV’s leveren daarom niet altijd een bijdrage aan minder CO2-uitstoot.

Voor licht elektrische vrachtvoertuigen (LEVV’s) voor goederenvervoer geldt dit in principe ook. Hierbij kan je bijvoorbeeld denken aan een vrachtfiets die postpakketjes of levensmiddelen bezorgd. Nu worden goederen in de stad voornamelijk vervoerd met bestelauto’s die op diesel rijden. Maar het is onbekend of LEVV’s altijd een vervanger zijn voor bestelauto’s of dat er LEVV’s zijn bijgekomen. Daarnaast is het onduidelijk hoeveel LEVV’s nodig zijn om één (diesel)bestelauto te vervangen. LEVV’s zijn vooral interessant voor korte afstanden, ritten met een beperkt aantal zendingen per route en leveringen die snel op de plaats van bestemming moeten zijn zoals essentiële onderdelen voor een spoedreparatie. Dit betekent dat LEVV-gebruikers voornamelijk korte stadsritten maken.

Mensen kiezen voor een licht elektrisch voertuig omdat het tijd bespaart en vanwege het parkeergemak. Bij goederenvervoer is daarnaast kostenbesparing een zwaarwegend argument voor gebruik, terwijl bij het personenvervoer ook plezier vaak een grote rol speelt.

De onderzoekers van het KiM hebben in hun studie verder onderzocht of LEV’s en LEVV’s bijdragen aan veiligheid. Hierover is weinig bekend, ook doordat ongevallen met licht elektrische voertuigen niet apart worden geregistreerd. Snelheidsverschillen tussen lichte elektrische voertuigen en andere weggebruikers zijn echter een aandachtspunt. Net zoals de geluidsloosheid van lichte elektrische voertuigen, waardoor mensen kunnen schrikken als ze worden ingehaald door zo’n voertuig.